‘Maak Frugal Innovation leidend bij ontwikkelingsvraagstukken’

Interview met Prins Claus hoogleraar Saradindu Bhaduri

vlag-uk Van spotgoedkope kleikoelkasten tot eetbare lepels. Frugal (sobere) innovaties bestaan al op grote schaal in India. Het Leiden-Delft-Erasmus Centre for Frugal Innovation in Africa verwelkomde daarom graag Prins Claus hoogleraar Saradindu Bhaduri, een expert op dit gebied. Wat kan Afrika van India leren en omgekeerd?

 

U bent voor de Prins Claus Leerstoel naar Nederland gehaald, wat betekent dat voor u?

‘Het is een mooie kans om het internationale netwerk van onderzoekers die zich met frugal innovation bezighouden uit te breiden. Tegelijkertijd kan ik samen met onderzoekers als professor Peter Knorringa van het Centre for Frugal Innovation in Africa veldwerk en case studies blijven doen in zowel de Aziatische als de Afrikaanse context. Samen kunnen we kijken hoe al die innovaties plaatsvinden en hoe je het belang van frugal innovation kunt aankaarten bij beleidsmakers en wetenschappers. Uiteindelijk gaat het erom een kritische massa op de been te krijgen: politici en beleidsmakers die in het concept geloven. Zowel in het Westen als in de landen waar de producten ontwikkeld en gebruikt worden. Als dat lukt, kun je frugal innovation ondersteunen en gebruiken als handleiding bij ontwikkelingsvraagstukken.’

Wat is een frugal innovatie precies?

‘Er bestaat niet één definitie. Het is meer een concept, een manier van denken. Een “normale” innovatie is gericht op massaproductie geschikt voor miljoenen consumenten wereldwijd. Daar horen de allerarmsten meestal niet bij. Voor hen zijn producten vaak te duur, te geavanceerd voor de aanwezige technieken of niet eens verkrijgbaar. Frugal innovaties richten zich juist op deze markt. Het zijn simpele oplossingen voor inwoners van ontwikkelingslanden en opkomende economieën, gericht op omstandigheden en problemen in hun eigen regio.                  

Saradindu Bhaduri 

Professor Saradindu Bhaduri werkt aan het Centre for Studies in Science Policy aan de Jawaharlal Nehru University in New Delhi. Frugal Innovation is zijn specialisme en vorig jaar werd hij benoemd tot hoogleraar op de Prins Claus Leerstoel, een wisselleerstoel op het gebied van ontwikkelingsvraagstukken van de Universiteit Utrecht en het Institute for Social Studies (ISS) in Den Haag, opgericht in 2003 als eerbetoon aan de toen pas overleden Prins Claus. Tussen 2015 en 2017 werkt Bhaduri intensief samen met het Centre for Frugal Innovation in Africa (CFIA), waarin het ISS, onderdeel van de Erasmus Universiteit Rotterdam, participeert. 23 mei hield hij zijn inaugurele rede
Over Saradindu Bhaduri
Over de Prins Claus Leerstoel 
Centre for Frugal Innovation in Africa 
Lees het artikel over de oratie van Professor Bhaduri op de website van de Erasmus Universiteit Rotterdam.

 

‘Een goed voorbeeld vind ik de eetbare lepels van graan. Dat idee is een paar jaar geleden bedacht door een Indiër uit Hyderabad. In zijn omgeving zag hij veel plastic afval en groot waterverbruik in de rijstteelt en hij dacht: als ik nou zorg dat boeren hier graan gaan verbouwen, dan kan ik dat gebruiken om eetbare lepels van te maken. Zo voorkom je gebruik van plastic en verbruikt de landbouw minder water. Nu is het een groot succes en zijn er al 1,5 miljoen van verkocht.’

Peter Knorringa, wetenschappelijk directeur van het Centre for Frugal Innovation in Africa over de samenwerking:

Waarom is het zo goed voor uw Centre om deze Prins Claus hoogleraar twee jaar in huis te hebben?

‘Professor Bhaduri komt uit 'frugal innovation hotspot' India en heeft veel ervaring in onderzoek naar innovatie en kennisontwikkeling door en voor minder bedeelden. Hij bestudeert voornamelijk informele innovaties die vaak lokaal ontwikkeld en gebruikt worden, zeg maar de grote tegenhanger van top-down Research & Development innovatie. Juist zijn bottom-up benadering is voor ons erg interessant. Wij hebben de ambitie om een 360 graden perspectief op frugal innovation te bieden. Daarbij vinden wij het erg belangrijk om juist het lokale aandeel mee te nemen in het onderzoek; eindgebruikers weten immers vaak zelf het beste wat ze nodig hebben. Professor Bhaduri kan ons helpen bij het beter doorgronden van het denken van consumenten en producenten aan de informele kant van de economie.’

Wat kunnen ‘Afrika’ en ‘India’ van elkaar leren?

‘Wat Afrika wellicht van India kan leren is de manier waarop daar al langer en meer zichtbaar wordt geprobeerd om lokale innovaties op te schalen. In Afrika lijkt daarvoor ook enorm veel potentieel te zijn en ik denk ook dat dat klopt, maar het lukt vaak nog niet om op eenzelfde schaal als in India die vernieuwingen en innovaties in te zetten en op te schalen. De vraag is natuurlijk hoe dat komt en dat willen wij als CFIA graag onderzoeken.

Waarin India weer van Afrika kan leren is de mate waarin op microschaal informatie- en communicatietechnologieën op een innovatieve manier worden toegepast, meestal off-grid, waardoor consumenten minder afhankelijk worden van bijvoorbeeld stroomuitval. In Afrika gaat die ontwikkeling razendsnel en het zou interessant zijn om te kijken in hoeverre veel van die innovaties ook in Indiase landelijke gebieden toepasbaar zijn. Overigens gaat deze vergelijking ook op voor bijvoorbeeld Zuid- of Oost-Europa waar veel off-grid oplossingen een prima alternatief zouden kunnen zijn voor huishoudens die niet op bepaalde systemen - water, elektriciteit, gas - zijn aangesloten.’

Tekst interview Bhaduri: Hidde Jansen en Eva Huson


Veel frugal innovaties komen, net als u, uit India. Hoe komt dat?

‘India heeft een geschiedenis van social movements. Die hadden oog voor kleinere groepen en voor ontwikkelingen die met weinig middelen kunnen worden gerealiseerd. Ghandi was daar in de jaren ’30 en ’40 van de vorige eeuw in India een belangrijke voortrekker in. En nog steeds zijn er door heel India ontelbare grassroots solutions. Daarnaast zorgt verstedelijking in beide landen voor problemen. Neem het tekort aan schoon drinkwater. Dat vraagt om snelle creatieve oplossingen, zoals zuivering met rijstschillen.’

In hoeverre wordt het concept op mondiale schaal al toegepast?

‘Er zijn uit de hele wereld voorbeelden te noemen, van Peru tot Kenia. Het aantal landen groeit en er wordt ook steeds meer kennis uitgewisseld. Eén oplossing kan voor meer plekken geschikt zijn. Zo belandde een walnootkraker uit Kashmir via een netwerk van bedrijven en onderzoekers in Kenia, en is een kleikoelkast uit India prima bruikbaar in afgelegen gebieden in Brazilië. Die verbindingen leggen, is een van de dingen waar ik nu mee bezig ben. Dat gebeurt mondjesmaat en daar zitten dus nog veel groeimogelijkheden in.’

 Lees ook: Het verhaal van de Frugal Thermometer

Deel dit artikel!

Leiden-Delft-Erasmus Nieuws Juni 2016
Leiden-Delft-Erasmus Nieuws Juni 2016