Het verhaal van de
‘Frugal Thermometer’

 

vlag-ukEen aangepaste koortsthermometer ontwerpen voor Afrika. Het is een van de projecten van het Leiden-Delft-Erasmus Centre for Frugal Innovation in Africa. Medisch antropologe Ria Reis en industrieel ontwerper Jan Carel Diehl vertellen over de conceptie van hun ‘frugal thermometer’.

 

Vijf jaar geleden dook opeens de term ‘frugal innovation’ op: het ontwikkelen van versoberde producten en diensten, vooral bedoeld voor opkomende economieën, aangepast aan lokale omstandigheden en voor een lage prijs. Intrigerende wonderen van slimme eenvoud.

Het Centre for Frugal Innovation in Africa onderzoekt de voorwaarden die maken dat ‘frugal innovation’ slaagt en kan bijdragen aan duurzame en inclusieve ontwikkeling. Het antwoord moet onder meer komen uit experimentele projecten in het veld. Die hebben een dubbel doel: werkende en verkoopbare innovaties opleveren, maar ook munitie verschaffen voor het denken over ‘frugal innovation’. Zo’n project is de ‘frugal thermometer’: een aangepaste koortsthermometer voor Afrika. 

Hoe het begon: koorts in Afrika

Ria Reis is hoogleraar medische antropologie in het Leids Universitair Medisch Centrum (LUMC) en doet onder meer onderzoek in Afrika. Ze onderzocht ook hoe mensen en kinderen over koorts dachten en ontdekte: ‘Het begrip koorts verkruimelt daar in je handen. In Nederland is koorts een symptoom van ziekte en iets wat je kunt meten. Dat idee kun je niet zomaar overplaatsen naar een andere culturele setting. In Afrika heeft ‘koorts’ andere dimensies.  Het overlapt bijvoorbeeld sterk met malaria. Wat het nog ingewikkelder maakt is dat in de traditionele geneeskunde de tegenstelling ‘heet-koud’ een heel andere connotatie heeft dan hier. Menstruatiebloed valt bijvoorbeeld onder ‘heet’. Heet en koud zijn een soort yin en yang die in evenwicht moeten zijn. Als dat niet zo is ben je ziek. Als een kind warm is wordt dat niet altijd gezien als teken van ziekte.’

Daarnaast is er een glasheldere case voor het ontwerpen van een thermometer voor Afrika: die is er vaak gewoon niet en westerse thermometers zijn te kwetsbaar of ingewikkeld. Het meest basale medisch-diagnostische instrument ontbreekt in de ‘dokterstas’ van de vrijwilliger van het dorpsgezondheidsteam.  De rug van de hand op het voorhoofd geeft de doorslag: naar het ziekenhuis, malariamedicijnen nemen, of niets doen. De gevolgen zijn zowel onder- als overdiagnostiek, aldus Reis. Kinderen gaan niet of te laat naar het - verre - ziekenhuis of gaan juist voor niets en mensen slikken malariapillen of antibiotica als het niet nodig is, met resistentie als gevolg.

En opeens was daar begin 2013 het idee voor een aangepaste thermometer. ‘Ik geloof dat ik het gewoon een keer riep’, zegt Reis. ‘En ik wist ook meteen: het moet een tool zijn die inzetbaar is in het laagste niveau van de gezondheidszorgpiramide.’

Samenwerking

Toen kwam ‘de klik’, zoals ze het beiden noemen: Reis ontmoet in het gloednieuwe Centre for Frugal Innovation in Africa Jan Carel Diehl van de faculteit Industrieel Ontwerpen van de TU Delft. Hij is gespecialiseerd in het ontwerpen voor en met emerging markets. Samen gaan ze brainstormen: hoe zou je dit idee het best kunnen uitwerken. Wat moet zo’n thermometer kunnen en tonen, waar meet je de temperatuur, hoe ziet hij eruit, hoe laad je hem op? Ook Niels Chavannes van het LUMC sluit aan. Hij is specialist in longaandoeningen, nu hoogleraar eerstelijnsgezondheidszorg, en heeft een prima netwerk in de gezondheidzorg van Oeganda. Daar, zo weet hij, worden ernstige aandoeningen zonder koorts, zoals COPD, niet onderkend of fout behandeld. 

Ontwerpen in Oeganda: prototype 1

De eerste wet van frugal innovation is: ontwerpen doe je samen met de lokale stakeholders. Daarom gaat een team van vier masterstudenten industrieel ontwerpen naar Oeganda. Het is 2014. Vier weken doen ze participatief onderzoek:  interviewen lokale stakeholders over hun ideale koortsthermometer en gaan met hen aan de tekentafel zitten. Mannen, vrouwen, al dan niet uit de gezondheidszorg, uit alle lagen van de bevolking. Ter plekke genereren ze een idee en maken mock-ups. Er komt een prototype uit: een soort stempel voor op het voorhoofd. Hij geeft niet alleen de temperatuur aan, maar is groen  bij ‘geen koorts’ en rood  bij ‘koorts, pas op’.

Dit was het resultaat:   



Ontwerpen in de studio: prototype 2

Het prototype en alle opgedane kennis gaan mee terug naar Nederland en weer een ander studententeam  gaat de ontwerpstudio in voor ‘advanced embodiment design’. En dan wordt het allemaal toch net weer anders. ‘Want dat is het leuke van ontwerpen’, zegt Diehl, ‘je hebt nooit een eenduidig antwoord.’ Een verschil: het is geen stempel meer. Diehl: ‘Want, vonden ze, een stempel onderbreekt het contact tussen dokter en patiënt. Dat wil je niet, je wilt interactie. Dus nu benader je het voorhoofd zijwaarts, net als met de rug van je hand.’ En de thermometer heeft aan twee kanten een verschillend uiterlijk: vriendelijk aan de kant van de patiënt en professioneel-medisch aan de kant van de dokter. De aanvankelijke batterij gaat eruit: toch te kwetsbaar. De energie wek je zelf op.

Het is 2015. Nu ziet de thermometer er zo uit: 


Cliffhanger

Hoe nu verder? In de zomer van 2015 gaat Ana Laura Santos, postdoc industrieel ontwerpen, alle nieuwe ideeën voorleggen aan stakeholders zowel in Europa als in Afrika. Tegelijkertijd worden nieuwe werkende prototypes gemaakt om deze discussie te faciliteren en om ze in de praktijk in Oeganda te testen. Een cliffhanger dus.

De onderzoekers zetten hun denkwerk voort. Reis: ‘Als we mensen echt willen faciliteren, hebben we een thermometer met verschillende afkapmomenten nodig. Een getal zegt niet zoveel, voor baby’s begint de gevarenzone op een ander moment dan voor grotere kinderen of ouderen.’

Inmiddels verschuiven de ideeën  over de doelgroep. ‘We ontwikkelen de thermometer voor de gezondheidszorg in Afrika’, zegt Reis. ‘Maar steeds vaker denk ik: waar zou hij nóg meer impact hebben? Eigenlijk is hij nodig in gebieden waar helemaal niets is. In conflict- of rampgebieden. Mensen zeggen wel tegen ons: waarom ontwikkel je niet gewoon een app. Maar na een aardbeving zoals in Nepal werkt niets meer.’

De urgentie is duidelijk. Dus wanneer komt de thermometer in de dokterstas? Diehl: ‘Dat hangt ervan af met wie je in zee gaat. Met de lokale gezondheidszorg? Met een internationale medische organisatie? In het laatste geval zou hij er binnen een paar jaar kunnen zijn. Dit wordt de volgende stap. De thermometer wordt ook een casus in een pas gehonoreerd NWO-project van het Centre for Frugal Innovation, over nieuwe businessmodellen voor maatschappelijk verantwoord innoveren. Dan komen de bedrijfswetenschappers van de Erasmus Universiteit er ook bij.’

Het is geen traditioneel ontwerpproces, dat weten ze wel. ‘Eigenlijk is het als idee complexer dan onze eigen thermometer’, zegt Diehl. En Reis: ‘In het begin dachten we: we maken een product en dat gaat gebruikt worden. Dat denken we nog, maar die thermometer is voor ons meer geworden dan dat. Het is ook een instrument om na te denken over de functie en impact van zo’n meetinstrument in ‘frugal’ omstandigheden, waar je je niet zoals bij ons de keus kunt veroorloven voor simpel of hightech, met een gebruiksaanwijzing in 21 talen.’  

Centre for Frugal innovation in Africa

deel dit artikel!

Leiden-Delft-Erasmus Nieuws Juni 2015
Leiden-Delft-Erasmus Nieuws Juni 2015